Vogelveren vertellen hoe vervuild ons milieu is

Een enkele staartveer volstaat om te bepalen hoeveel organische polluenten (vervuilende stoffen) een buizerd heeft opgenomen en dus ook hoe vervuild zijn leefomgeving is. Dat is het resultaat van onderzoek door biologen en farmacologen van de Universiteit Antwerpen. Hiermee komt voor het eerst niet-destructieve biomonitoring binnen handbereik: wie de concentraties van gevaarlijke stoffen in het milieu wil meten, hoeft daar niet langer dieren voor te doden. Het volstaat om veren te verzamelen.

PCBs (o.a. te vinden in transformatoren), DDT (pesticide) en PBDEs (vlamvertragers) zijn organische stoffen die ons milieu vervuilen. Eens ze in het water, de lucht of de bodem zitten, kunnen ze ook in de voedselketen terechtkomen. Bovendien worden ze moeilijk afgebroken en worden ze gemakkelijk doorgegeven van prooi naar predator. Zo stapelen ze zich op doorheen de voedselketen. Toppredatoren zoals roofdieren en ook mensen dragen bijgevolg vaak hoge concentraties van deze organische polluenten in zich. Om vast te stellen hoe groot deze concentraties zijn, moest men tot nu toe onderzoek doen op dode dieren. Vooral bij beschermde en bedreigde diersoorten leverde dit problemen op. Onderzoek aan de Universiteit Antwerpen heeft nu uitgewezen dat het volstaat om veren te verzamelen en daar de concentraties in te meten.

Niet-destructieve biomonitor
Voor dit onderzoek werden in heel Vlaanderen kadavers verzameld van de gewone buizerd (Buteo buteo). Dit gebeurde in samenwerking met verschillende vogelopvangcentra en Vogelbescherming Vlaanderen vzw. Geen enkele vogel werd gedood voor deze studie. De veren werden vervolgens onderzocht op de aanwezigheid van PCBs, DDT als PBDEs. Hieruit bleek dat in een enkele veer al deze polluenten terug te vinden zijn.

Bovendien bleek er een verband te bestaan tussen de concentraties van deze stoffen in de veren en in de inwendige organen van de dieren. Dit betekent dat de analyse van een veer een zeer goede indicatie geeft over de concentratie van vervuilende stoffen in het dier en dus ook in zijn leefomgeving. Daarmee is aangetoond dat veren bruikbaar kunnen zijn als niet-destructieve biomonitor voor deze organische polluenten.

Het is de eerste keer dat onderzoek aantoont dat veren een betrouwbare niet-destructieve biomonitor kunnen zijn voor organische polluenten. Dit opent bovendien verdere perspectieven voor de studie van geografische patronen en voor onderzoek van tijdsreeksen, bijvoorbeeld op verencollecties in musea.

Deze studie werd uitgevoerd door een samenwerking van de onderzoeksgroep Ethologie - Departement Biologie (Veerle Jaspers, onder leiding van Prof. Marcel Eens) en het Toxicologisch Centrum - Departement Farmacie (Stefan Voorspoels, Dr. Adrian Covaci, onder leiding van Prof. Hugo Neels) van de Universiteit Antwerpen.

Relevante publicatie: Can predatory bird feathers be used as a non-destructive biomonitoring tool of organic pollutants? in Biology Letters

Meer informatie: Veerle Jaspers